Zonnepanelen op een VvE-gebouw zijn mogelijk, maar de aanpak verschilt wezenlijk van zonnepanelen bij een gewone koopwoning. Je hebt namelijk niet alleen toestemming van de eigenaar nodig, want bij een VvE beslist de vergadering. Dat maakt het project complexer, maar zeker niet onmogelijk.

Het gaat bij VvE’s bijna altijd om appartementen of woongebouwen met een gedeeld dak. Dat dak is gemeenschappelijk eigendom, en daarmee valt de beslissing over wat er op dat dak komt ook gemeenschappelijk. Hieronder lees je hoe dat werkt, wat de valkuilen zijn en welke vormen van zonnepanelen voor een VvE het meest geschikt zijn.

Toestemming van de VvE: hoe dat werkt

Voordat er ook maar één paneel op het dak ligt, moet de VvE formeel instemmen. Dat gaat via de algemene ledenvergadering (ALV). In de meeste gevallen is een gewone meerderheid (meer dan de helft van de stemmen) voldoende voor het goedkeuren van een collectief zonnepaneelenproject. Kijk wel altijd in de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement, want soms is een grotere meerderheid vereist, of zijn er aanvullende voorwaarden.

Individuele eigenaren mogen niet zomaar zelf zonnepanelen plaatsen op het gemeenschappelijk dak, ook niet als ze de kosten volledig zelf dragen. Dat is gebruik van gemeenschappelijk eigendom, en dat vereist altijd toestemming. Doet iemand dat toch, dan kan de VvE verwijdering eisen.

Collectieve versus individuele aanpak bij VvE zonnepanelen

Er zijn in de praktijk twee manieren waarop een VvE met zonnepanelen aan de slag kan gaan.

Collectief project voor het hele gebouw: De VvE koopt of least zonnepanelen voor het gehele dak. De opgewekte stroom gaat naar de gemeenschappelijke elektriciteitsaansluiting (denk aan verlichting in trappenhuizen, liften, of andere gedeelde voorzieningen). Alle leden delen indirect in de voordelen via lagere servicekosten. Dit is organisatorisch het eenvoudigst, omdat er één installatie is en één aansluiting.

Postcoderoos of gezamenlijk zonneproject per appartement: Individuele appartementseigenaren willen soms ook profiteren van eigen zonnestroom. Dat kan via een zogenaamde postcoderoosregeling (ook wel salderingsalternatief na afschaffing salderen), waarbij bewoners deelnemen in een lokaal zonneproject en de opbrengst wordt verrekend op hun eigen energierekening. Een andere constructie is dat de VvE één grote installatie neerzet en de stroom via een interne verdeling distribueert aan de individuele appartementen. Dat laatste is technisch en juridisch veel ingewikkelder en vereist eigen meters per appartement en duidelijke afspraken in de splitsingsakte.

Financiering: wie betaalt wat?

Bij een collectief VvE-project zijn er verschillende financieringsroutes. De meest gebruikte zijn:

  • Eigen reserves: Als de VvE voldoende in het reservefonds heeft, kan dat worden ingezet. Let op: dit mag alleen als de vergadering daarmee instemt en het doel past binnen de statuten.
  • Lening via de VvE: Sommige banken en energiefondsen verstrekken leningen specifiek aan VvE’s voor verduurzaming. De terugbetaling loopt dan via de maandelijkse VvE-bijdrage.
  • Lease of huurconstructie: Een externe partij plaatst de panelen en de VvE betaalt een maandelijks bedrag. Voordeel: geen grote investering vooraf. Nadeel: de opbrengst gaat deels naar de leasemaatschappij en je hebt minder controle.
  • Subsidies: De Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) is ook voor VvE’s beschikbaar, maar de precieze voorwaarden en bedragen veranderen per jaar. Kijk altijd op de actuele informatie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Technische aandachtspunten

Een ouder dak is een veelvoorkomend struikelblok. Zonnepanelen gaan twintig tot vijfentwintig jaar mee, en het is niet verstandig om ze te plaatsen op een dak dat over vijf jaar toch al vervangen moet worden. Laat de dakconstructie altijd eerst beoordelen door een dakdekker of constructeur voordat de VvE een beslissing neemt.

Ook de aansluiting op het elektriciteitsnet speelt een rol. Een groot appartementengebouw met tientallen panelen heeft soms een zwaardere netaansluiting nodig. De netbeheerder moet daarvoor toestemming geven, en in sommige regio’s is er congestieproblemen op het net, waardoor teruglevering beperkt of zelfs geweigerd wordt. Dit is een praktisch risico dat je vooraf moet uitzoeken.

Veelgemaakte fouten bij VvE zonnepanelen

Een beslissing nemen zonder de splitsingsakte te raadplegen is de meest voorkomende fout. Sommige aktes bevatten bepalingen die extra voorwaarden stellen aan wijzigingen aan het gebouw. Wie dat overslaat, riskeert dat het besluit later aangevochten wordt.

Een andere valkuil is het ontbreken van duidelijke afspraken over onderhoud. Wie is verantwoordelijk als een paneel het begeeft? Is dat de VvE als geheel, of degene die het initiatief nam? Leg dit schriftelijk vast voordat de installatie plaatsvindt, bij voorkeur als aanvulling op het huishoudelijk reglement.

Tot slot: niet elke VvE-voorzitter of -beheerder heeft ervaring met zonnepanelen. Schakel bij twijfel een onafhankelijk energieadviseur in die geen belang heeft bij de verkoop van een bepaald systeem. Dat voorkomt dat je een installatie koopt die niet past bij het gebouw of de wensen van de bewoners.

Veelgestelde vragen over VvE zonnepanelen

Kan één appartementseigenaar zelf zonnepanelen laten plaatsen op het dak?
Nee, niet zonder toestemming van de VvE. Het dak is gemeenschappelijk eigendom. Zonder goedkeuring van de vergadering is plaatsing niet toegestaan, ook niet als je de kosten zelf draagt.

Hoe hoog is de opbrengst van zonnepanelen op een VvE-gebouw?
Dat hangt af van het dakoppervlak, de oriëntatie en de hoeveelheid panelen. Als vuistregel geldt dat één zonnepaneel in Nederland jaarlijks zo’n 250 tot 350 kilowattuur opwekt. Bij een collectief project voor gemeenschappelijke ruimtes betaalt de installatie zich gemiddeld terug in zeven tot twaalf jaar, afhankelijk van de energieprijs en het verbruik.

Is salderen nog mogelijk voor VvE’s?
Het salderingssysteem voor teruglevering aan het net wordt in Nederland stapsgewijs afgebouwd. Voor VvE’s met een gezamenlijke aansluiting gelden dezelfde regels als voor andere grootverbruikers. Controleer de actuele stand van zaken bij RVO of de Rijksoverheid, want de regels veranderen de komende jaren.

Mag de VvE subsidie aanvragen?
Ja, VvE’s kunnen in aanmerking komen voor de ISDE-subsidie. De aanvraag loopt via RVO. Kijk vooraf of het project aan de technische eisen voldoet, want niet elke installatie komt automatisch in aanmerking.

Zonnepanelen voor een VvE vragen meer voorbereiding dan bij een gewone woning, maar wie de stappen zorgvuldig doorloopt, een goed besluit in de vergadering organiseert en de technische en juridische punten op orde heeft, kan rekenen op een project dat tientallen jaren voordeel oplevert voor het hele gebouw.

Je kan misschien ook genieten van: