De nadelen van zonnepanelen voor een VvE zijn er zeker, en ze zijn concreet genoeg om goed over na te denken voordat de ledenvergadering akkoord gaat. Denk aan hoge plaatsingskosten, de noodzaak van een gekwalificeerde meerderheid, complexe financiering en discussies over wie nu eigenlijk profiteert. Dit artikel zet de belangrijkste struikelblokken op een rij.

Hoge plaatsingskosten door moeilijk bereikbaar dak

Bij een flatgebouw of appartementencomplex is het dak vaak minder makkelijk te bereiken dan bij een vrijstaande woning. Er is steigerbouw nodig, een hijskraan, of speciale dakbeveiliging voor de installateurs. Die meerkosten drukken op het totale project. Waar een particulier voor een rijtjeswoning relatief eenvoudig een installateur op het dak krijgt, moet een VvE rekening houden met extra veiligheidsmaatregelen en logistiek. De plaatsingskosten per paneel liggen daardoor gemiddeld hoger.

Daar komt bij dat een groot dak ook meer panelen vraagt, en dat de aansluitingen op het elektriciteitsnet zwaarder zijn. De netaansluiting van een appartementsgebouw vraagt soms een verzwaring, wat extra kosten met zich meebrengt. Dit maakt de terugverdientijd langer dan bij een gemiddeld woonhuis.

Toestemming nodig: de meerderheidsregel als struikelblok

Binnen een VvE kan één lid niet zelfstandig beslissen om zonnepanelen te plaatsen op het gemeenschappelijke dak. Daarvoor is een besluit van de ledenvergadering nodig. Afhankelijk van de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement is een gewone meerderheid voldoende, maar soms is een gekwalificeerde meerderheid (twee derde of drie kwart) vereist. Als een deel van de bewoners de investering niet ziet zitten, kan het project geblokkeerd worden.

Dit leidt in de praktijk tot langdurige discussies. Bewoners zonder auto rijden misschien nooit met een elektrisch voertuig en zien minder voordeel in gedeelde laadpunten op stroom van eigen panelen. Anderen huren en betalen geen servicekosten. De belangen binnen een VvE lopen uiteen, en dat maakt draagvlak creëren tijdrovend.

Wie profiteert er eigenlijk?

Dit is een van de grootste praktische nadelen van zonnepanelen bij een VvE: de opbrengst is niet altijd eerlijk te verdelen. Zonnepanelen op het gemeenschappelijke dak wekken stroom op, maar die stroom moet ergens naartoe. Er zijn grofweg drie situaties:

  • De stroom wordt gebruikt voor gemeenschappelijke voorzieningen (liften, verlichting trappenhuis). Dat is eenvoudig, maar benut meestal maar een deel van de opwek.
  • De stroom wordt via een postcoderoos-regeling of energiedelen teruggegeven aan individuele leden. Dit vereist administratie en soms aparte meters per appartement.
  • De stroom wordt teruggeleverd aan het net. De VvE ontvangt daarvoor een vergoeding, maar die is lager dan de consumentenprijs voor stroom.

Bewoners op de bovenste verdieping of met een groot appartement betalen soms een groter aandeel in de investering, terwijl ze niet automatisch meer stroom ontvangen. Omgekeerd profiteert iemand met een laag aandeel in de VvE misschien relatief meer. Die scheefheid leidt tot weerstand.

Financiering is ingewikkelder dan bij een particulier

Een particulier kan een lening afsluiten, een subsidie aanvragen en de investering in eigen tempo terugverdienen. Een VvE heeft meer stappen nodig. De financiering moet collectief worden geregeld, via het reservefonds, een speciale VvE-lening, of een bijdrage van de leden. Niet elke VvE heeft een reservefonds dat groot genoeg is voor een zonnepanelenproject.

Banken bieden inmiddels specifieke VvE-leningen aan, maar de aanvraagprocedure is complexer dan een gewone particuliere lening. Er is een vergaderbesluit nodig, soms notariële vastlegging, en de terugbetaling moet passen binnen de begroting van de VvE. Dat vraagt planning en soms professionele begeleiding, wat weer geld kost.

Onderhoud en aansprakelijkheid liggen bij de VvE

Zonnepanelen vereisen periodiek onderhoud: schoonmaken, technische controle, vervanging van de omvormer na verloop van jaren. Die kosten komen structureel ten laste van de VvE. Als een paneel schade veroorzaakt aan het dak of bij een storm loslaat, is de VvE aansprakelijk. De opstalverzekering moet daar op aangepast zijn, anders is er een risico op een onverzekerde schade.

Veel VvE’s vergeten deze doorlopende kosten mee te nemen in de businesscase. De netto opbrengst valt dan in de praktijk lager uit dan de eerste berekeningen suggereren.

Technische beperkingen van het dak

Niet elk dak is geschikt. Een plat dak met bitumen of een oud dakbeschot kan de extra belasting van de panelen en de constructie voor de hellingshoek niet altijd aan. Soms is een dakrenovatie nodig voordat panelen geplaatst kunnen worden, wat de investering flink opdrijft. Een dak met schaduw van aangrenzende hogere gebouwen levert aanzienlijk minder op. Een dakonderzoek is dan ook geen overbodige luxe, maar wel een extra kostenpost.

De nadelen van zonnepanelen voor een VvE zijn dus niet alleen financieel, maar ook organisatorisch en technisch. Dat maakt het geen onmogelijk project, maar wel een waarbij je als VvE-bestuur goed moet voorbereiden: draagvlak peilen, een onafhankelijk dakinspecteur inschakelen, de financiering uitwerken en de verdeling van opbrengsten helder vastleggen voordat de vergadering stemt.

Je kan misschien ook genieten van: